Gloednieuw concerto in première op Antwerp Spring Festival “Nieuw werk ontdekken vind ik het leukst van al”

Componist Frederik Neyrinck (°1985) brengt de trombone naar hogere sferen met zijn gloednieuw concerto voor orkest, geschreven voor de SOV-concertreeks The Planets, in samenwerking met Antwerp Spring Festival. Solist is Bram Fournier (°1988), vriend en bevoorrecht muziekbroeder. Wij vroegen hen hoe ze elkaar vonden, én hoe ze elkaar vinden in het creatieve proces.

*een eerdere versie van dit interview verscheen op symfonieorkest.be

© Bjorn Comhaire

Wanneer Bram straks met zijn trombone voor het orkest plaatsneemt, zal dat een beetje voelen als thuiskomen. De jonge muzikant deed zijn eerste orkestervaringen op bij Symfonieorkest Vlaanderen. “Het zal fijn zijn om weer te mogen zetelen tussen het orkest. Veel collega’s ken ik nog van vroeger. Het voelt vertrouwd, ik keer altijd met plezier terug.” Ook de ontmoeting met Frederik Neyrinck is een blij weerzien. De twee kennen elkaar al sinds de middelbare school. Frederik studeerde piano en compositie aan het conservatorium, maar heeft ook een goed beschermd verleden als trombonist. “Op een heel bescheiden niveau,” lacht hij. “Bram en ik zaten naast elkaar in het jeugdorkest. Later kwamen we elkaar opnieuw tegen in ensembles waar we mee samenwerkten.”

De band werd nog aangehaald bij het Antwerpse ensemble I SOLISTI, waar Bram de vaste trombonist is en Frederik al enkele jaren componist in residentie. Bij die laatste borrelde al enige tijd de goesting om een werk voor trombone en orkest te schrijven – met zijn vriend in het achterhoofd. “Niet uit sociale verplichting, maar omdat Bram gewoon een fantastische muzikant is”, klinkt het vrolijk. “Ik vind het ook altijd fijn om samen te werken met mensen die, los van jou, toch een gelijklopend parcours afleggen. Bram en ik behoren tot dezelfde generatie, we worden samen ouder en gaan elk onze eigen weg. En toch treffen we elkaar telkens weer en worden we even vaak opnieuw verrast. Dat vind ik een mooi proces.”

Trombone in de bovenste schuif

Waarom Frederik absoluut een stuk voor trombone wilde schrijven – toch niet zo’n evidente keuze voor een orkestwerk? Daar zat zijn jeugdliefde voor het instrument voor iets tussen. “Piano spelen is een vrij eenzame bezigheid. Maar als trombonist speel je in een harmonieorkest of big band. Je leert muziek maken met elkaar, samen ademen, inspelen op de ander. Zo beleef je de muziek heel anders.”

Bovendien heeft de trombone kwaliteiten die perfect matchen met zijn manier van schrijven, aldus de componist. “Ik bouw muziek graag op vanuit tooncentra – een grondtoon waarrond ik andere lijnen drapeer. De schuif van de trombone leent zich daar uitstekend toe. Met kleine en grote bewegingen maak je glissandi en ‘verdikkingen’ die – zeker in een werk met strijkers – een heel interessante textuur opleveren.”

Het stuk is bij dit interview nog niet helemaal af, verklappen de muzikanten, maar Bram kijkt er al naar uit om in de partituur te duiken. “Nieuw werk ontdekken, vind ik het leukst van al”, aldus de trombonist. “Aan het conservatorium doorloop je zowat het hele repertoire voor trombone, en dat is nu eenmaal niet zo groot. Sommige componisten gaan dan bestaand repertoire bewerken, maar arrangementen interesseren me minder. Ik hou van origineel werk dat je dwingt je grenzen te verleggen. Je stelt je kwetsbaar op, maar als het lukt, is de voldoening groot.”

Dat de componist zijn solist niet spaart, beaamt Bram lachend. “Telkens hij iets schrijft, wordt het moeilijker. Hoe toegankelijk het soms ook klinkt, eenvoudig is het niet. Maar Frederik weet heel goed wat ik kan – en wat ik met wat moeite waarschijnlijk ook zal kunnen.”

© Bjorn Comhaire

Samen op zoek naar kleur

Frederik zoekt graag de limieten op van wat muzikaal mogelijk is. Daarover gaan componist en solist dan in gesprek. “Ik stuur geleidelijk fragmenten door, zodat Bram al kan beginnen repeteren. Als hij vastloopt in bepaalde passages of een voorstel heeft om iets technisch beter te laten werken, zoeken we samen naar een oplossing.”

Dat Frederiks schriftuur al enorm gedetailleerd is, belet niet dat er nog ruimte is om de tekst te veranderen. Tijdens het repetitieproces kan de solist dingen aanbrengen, maar ook in de samenwerking met orkest en dirigent ontstaan nieuwe ideeën, legt de componist uit. “Bij het zoeken naar balans probeer je bijvoorbeeld verschillende dempers uit. Zo ontdek je samen wat je precies wil vertellen.”

Daar voegt Bram zijn eigen klank en kleur aan toe, en die is veel minder onderhevig aan de voorschriften van de partituur. “Als muzikant draag je altijd een rugzak vol ervaringen, kwaliteiten en stijl mee. Die projecteer je op wat je nieuw leest. Een andere artiest zal hetzelfde stuk heel anders interpreteren, al probeert die de tekst zo nauwgezet mogelijk te volgen.” Of Bram kan uitleggen wat zijn klank zo eigen maakt? “Ik probeer echt te zingen op mijn instrument, niet per se ‘trombone’ te spelen. Er zijn zoveel kleuren mogelijk. Aan geweldige stielmannen geen gebrek, maar ik probeer vooral de muzikant te laten horen. Daarin blijf ik altijd zoekend.”     

Die zoektocht mag voor de trombonist best ver reiken. “Frederik zal me misschien naïef noemen,” knipoogt hij, “maar ik hoop dat de wereldpremière van dit concerto op 23 april in Antwerpen er ook écht één wordt. Er bestaan veel goede stukken voor trombone, ook van Belgische componisten, maar ze blijven te vaak onder de radar. Hoe prachtig zou het zijn mocht dit concerto blijven leven en zijn weg vinden naar het standaardrepertoire?” Docenten en dirigenten aller lande, pick up the call.

  • tekst door Heleen Driesen 

Volgende
Volgende

Van het universum naar de nieuwe wereld met The Planets en From the New World | 24 en 26 april